OVER OVER NUT EN NADEEL VAN COMMUNISTISCH PLATFORM VOOR HET PARTIJLEVEN
Richard Hoogstratens “Over nut en nadeel van Communistisch Platform voor het partijleven” dat op 8 juni in Paraat verscheen probeert het bestaansrecht van Communistisch Platform in de RSP te verdedigen, maar doet dit helaas door fast en loose om te gaan met de waarheid. Een kloppend begrip van onze partijgeschiedenis en de rol van CP daarin is belangrijk om huidige discussies te kunnen duiden, ik wil daarom ingaan op waar ik denk dat CP'ers de afgelopen tijd vervormde weergaven hebben gegeven van de waarheid, om zo te concluderen hoe we ons als RSP-leden kunnen verhouden tot die factie.
Van SP naar RSP, volgens Richard
Zo doet CP zichzelf te kort als ze haar positie in de SP-split weergeeft. De positie die zij innam in het SP-conflict, dat de communisten slechts een propagandagroep (ik gebruik in dit artikel propaganda in de betekenis van een relatief complex bericht gericht aan een zeer selecte groep mensen, denk aan leesgroepen, artikelen over theorie of gesprekken in de vakbond) kunnen vormen binnen de bredere arbeidersbeweging, is de houding die zij vandaag de dag nog steeds heeft ten opzichte van de RSP. De factie is dus ontzettend consistent gebleven in hun politieke uitgangspunt. Richard stelt over het het oprichten van afdelingen van de Socialisten:
“leden van ROOD [werden de SP] uitgeduwd en aantal grote afdelingen-Amsterdam, Utrecht en Rotterdam-[besloot] om onafhankelijk verder te gaan. De drie afdelingen deden bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 in hun gemeentes mee onder de vlag 'Socialisten', waar verder geen gedeelde politieke standpunten aan vast zaten behalve een algemene afkeer tegen royementen en schorsingen en het inzicht dat het voorlopig niet meer mogelijk was om binnen de SP te blijven.”
In een geschiedenis van Communistisch Platform, is het echter niet te mis om hier te melden dat het oprichten van 'de Socialisten' onder protest van Communistisch Platform gebeurde en door kameraad Carlos van Eck, tegen de wil van CP in, is afgedwongen. Richard erkent in zekere zin wel dat CP iets heel anders dan de huidige RSP voor zich zag. Er werd besloten een programma te schrijven en ons toe te leggen op het worden van een politieke partij, en niet een propagandagroep en eenheidsfront, zoals CP graag wilde. Richard trekt hieruit de volgende conclusies:
“Ten eerste, dat we gelijk hebben gekregen dat een vroege programmadiscussie tot gevolg zou hebben dat een groot deel van de oorspronkelijke deelnemers aan de Socialisten zich zouden terugtrekken. (...) Ten tweede, hebben wij de veerkracht en de aantrekkingskracht van de Socialisten onderschat in de zin dat de vereniging erin geslaagd is om de geleden verliezen niet alleen te vervangen, maar ook daar bovenuit te stijgen. Het mag met recht gezegd worden dat de RSP tegenwoordig een van de twee, als niet de grootste organisatie op revolutionair links is.”
Tussen punt één en twee ziet Richard hoogstens een indirecte verhouding. Punt twee wordt hier niet gezien als het gevolg van punt één. De discussie wordt weergegeven alsof de vleugel van de organisatie die pleitte voor het afdwingen van eenheid op de kwesties revolutie en wapenleveringen aan Oekraïne (voor het gemak hierna de 'linker vleugel' (ja die spatie is met opzet)), dacht dat Erik Meijer dan vrolijk deze politiek zou uitvoeren. Dit is simpelweg niet waar. Voor groei, zo was onze hypothese, was het nodig om duidelijke standpunten uit te dragen over deze twee belangrijke thema's. Het was echter CP die, in de hoop SAP Kansloos bij het project te houden, discussies hield die jaren voortsleepten en niet simpelweg durfde te zeggen “we gaan een anti-imperialistische en revolutionaire tactiek opleggen aan onze leden”. De statuten en het programma zijn daarom tot op de dag van vandaag incoherente gedrochten om al lang vertrokken leden erbij te houden.
Discussie na discussie ging uiteindelijk over het aannemen en agenderen van ellenlange teksten. Dit is níét wat de linker vleugel bedoelde toen we het proces van partijvorming wilden voortstuwen. De bedoeling was juist het afdwingen van een duidelijke positie op deze controversiële thema's, om een werkbaar orgaan te maken dat zich coherent extern kan uiten en daadwerkelijk als één vuist kan opereren.
Punt twee, de groei van de RSP wordt door Communistisch Platform steeds weergegeven als een gelukkig meevallertje: 'Tsjow, wat dom dat jullie niet gedaan hebben wat wij wouden, maar gelukkig is per toeval en met stom geluk jullie voorspelling van wat er zou gebeuren als we deden wat jij zei uitgekomen'. Het is echter in niks dom geluk, en als we niet jarenlang hadden doorge-etterd over de details van het programma acceptabel maken voor iedereen en het koersdocument (wat uiteindelijk zo volledig genegeerd is dat Richard zelfs vergeet dat het bestond), dan was die groei nog sneller gegaan. Sterker, de groei nam flink toe, zodra de RSP zich als een partij ging profileren, en niet als een factie in de arbeidersbeweging.
Het rijzende tij lift alle schepen, zo stelt Richard, en de verandering in strategie richting die van de linker vleugel ging simpelweg toevalligerwijs gepaard met zulk een rijzend tij, maar zo simpel is het niet. De NCPN was het afgelopen jaar duidelijk met een even groot (als niet kleiner) blok aanwezig op 1 mei als vorig jaar. Hetzelfde geldt voor IS, de Vrije Bond, en vrijwel alle vaste clubjes. Het rijzende tij heeft het afgelopen jaar blijkbaar enkel anti-imperialist front, de RSP en de Nederlandse sectie van de RCI bereikt. Waarschijnlijker is, dat in dit stadium het rijzende tij alleen de beste surfers meepakt, en dat de RSP iets goed doet. Opvallend genoeg zijn alle drie de gegroeide groepen, groepen die hun eigen agitatie (ik gebruik in dit artikel agitatie in de betekenis: een relatief simpel bericht aan een grote, weinig selecte, groep mensen, denk dan aan simpele artikelen over actualiteiten en slogans) uitvoeren en concrete tactieken voorschrijven aan hun kaders. Ook dit zal slechts dom toeval zijn.
Facties, functies en partijwezen, volgens Richard
Het meest opvallende punt waaraan we kunnen zien dat Communistisch Platform haar eigen bestaansrecht niet volledig begrijpt is hoe ze nu al jaren vecht tegen een spook van anti-factiesentiment. De stroming waar ze tegen strijden is nog nooit op enige significante wijze naar voren gekomen, maar toch kan deze in allerlei handelingen van leden gezien worden. Richard stelt bijvoorbeeld dat “Het gebrek van ontwikkeling van andere stromingen in facties getuigt van de broosheid van het geloof in het recht op factionele politiek”. De logica is dus dat, als men consistent iets weigert te doen, dat dit impliceert dat men maar een broos geloof heeft dat het ook zou mogen, zelfs wanneer deze lieden luid en duidelijk hun geloof in het recht bevestigen. Dit is enigszins bizar. Laten we de logica bijvoorbeeld toepassen op het recht je gezichtshaar te scheren. Scheert iemand hun gezichtshaar wel, toont dit de broosheid van het geloof in het recht op het hebben van een baard. Scheert iemand hun gezichtshaar niet, toont dit de broosheid van het geloof in het recht op je gezichtshaar te scheren. Zelfs als iemand een tijd een baard laat staan, maar die dan toch besluit te scheren, blijft het geloof broos.
Dit is al jarenlang de vaste riedel van communisme.nu. Twijfel je aan het belang van of de effectiviteit van haar activiteiten, dan twijfelt men aan haar recht te bestaan. Het is echter geen oproep tot een verbod op grote schoenen, witte schmink en rode lippenstift om de drager ervan erop te wijzen dat hij er uitziet als een clown.
Maar volgens Richard is deze dreiging reëel: 'Regelmatig [?] klinken er stemmen die kritisch zijn op het openlijk functioneren van facties in de partij, en in het specifiek op Communistisch Platform…”-kritiek op Communistisch Platform zou dan ook onmogelijk voort kunnen komen uit hun eigen gedrag en politiek en moet wel voortkomen uit haar status als factie-“..Vorig jaar ontstond bijvoorbeeld al een korte uitwisseling waarin werd beweerd dat het zelf werven van middelen door de factie 'ongerechtvaardigd' zou zijn.'
Ook al is dit over factiekassen al keer op keer beantwoord. Nog niemand van CP heeft kunnen uitleggen wat onbevredigend is aan de argumenten dat dit níét daadwerkelijk een levend idee is binnen onze partij. Om het extra makkelijk te maken er op te reageren zal ik de twee hoofdargumenten verzamelen.
1: Niemand heeft dit gezegd. De kritiek op CP is dat zij onproductief met geld omgaat, ergo, dat het geld beter ergens anders naartoe had kunnen gaan (de RSP die op dat moment in een financieel precaire situatie zat, waar het CP-geleide bestuur hoofdverantwoordelijke van was). Nog niemand (!) heeft publiekelijk gesteld dat CP, of facties, geen kas zou(den) mogen hebben, hetgeen waar CP'ers tegen beargumenteren. Het woordje 'ongerechtvaardigd' dat hier geciteerd wordt komt nota bene uit een stukje tekst waarin kameraad Jan bepleit dat hij vóór het recht van CP om een kas te hebben is. Hier het volledige citaat: 'Ik en anderen die hier over gesproken hebben op (bijvoorbeeld het vorige congres) bepleiten niet dat de partij het Communistisch Platform onder druk zetten dit geld, we bepleiten niet dat de partij sancties oplegt op een factie, of zoiets dergelijks. Kortom: we zijn voor het factierecht, en proberen dat op geen enkele manier aan te tasten door dit betoog. CP màg dit geld [het gaat hier uit context duidelijk niet om al CPs geld, maar een deel] houden, de keuze dat te doen is echter een ongerechtvaardigde.' Jans woorden worden zó vervormd, dat het ronduit leugenachtig is.
2: Degenen die dit punt het meest prominent maakten waren de kameraden Koen, Jan en Elise. Allen op dat moment lid van de LinkerFlank, waar zij netjes hun contributie voor betaalden. Koen, die het meest vurig dit punt heeft gemaakt op een congres, beheerde op dat moment de factiekas. De claim dat deze kameraden principieel tegenstanders van de factiekas zouden zijn is ongeloofwaardig. Het is alsof de clown rondgaat om mensen te overtuigen dat goths hem zijn witte make-up willen ontnemen, en o wee als we lachen moeten (want de dreiging is meest serieus!).
Vervolgens komt Richard met een verslag van het afgelopen congres: 'Zie bijvoorbeeld de laatste congresdiscussie waarin werd geopperd dat RSP zich alleen met buitenlandse organisaties zou moeten engageren vanwege het onzuivere karakter van de verschillende Nederlandse organisaties.'. Richard maakt één ding met dit citaat glashelder: hij was tijdens dit congres (letterlijk) in Zweden (dit is geen metafoor). Niemand zei dit en niemand die ik erover vroeg wist waar dit naar zou kunnen verwijzen. Mocht het een verwijzing zijn naar de discussie over de Nieuwe-Vredesbeweging, dan is deze parafrasering veel te kort door de bocht, en moet daarbij verteld worden dat het voornemen niet meer met hen samen te werken niet meer dan 1 op 5 stemmen haalde op het congres. Als dit dus al een levend idee was binnen de partij (dat is het niet, dit is een kromme weergave van wat de kameraad zei), dan was het geen vertegenwoordiging van een grote stroming.
Dat Richard het niet zo nauw neemt met het accuraat weergeven van het congres zien we ook in de “reflectie” op het congres van het Communistisch Platform, die ik verneem dat van zijn hand is (ikzelf had niet de keuze gemaakt om mijn officiële rapport te laten doen door iemand die er niet bij was). Hij stelt over de partijraad bijvoorbeeld: “Ons grootste bezwaar als Communistisch Platform hiertegen was dat de representatie van leden en ideeën niet gewaarborgd kan worden omdat een afdeling van drie leden net zo veel stem- en spreekrecht krijgt als een afdeling van driehonderd leden”. Het is moeilijk voor te stellen dat dit een groot bezwaar was voor Communistisch Platform gezien het voorstel waar het over gaat de volgende tekst bevat: “De hoeveelheid afgevaardigden voor de Partijraad is 1 afgevaardigde per 6 leden aanwezig op de afdelingsledenvergadering”. Dat wijst dus niet op gelijke vertegenwoordiging voor 3 en 300 mensen, tenzij Richard extreem pessimistisch is over hoeveel van die 300 mensen komen opdagen voor de afdelingsvergadering.
LinkerFlank
Richard vervormd nog een stukje CP-geschiedenis. De factiestrijd tussen LinkerFlank en Communistisch Platform, die eindigde met het zetelen van vrijwel enkel bestuurders van de linker vleugel, het hernoemen van onze partij en het opheffen van LinkerFlank als reactie op deze ontwikkelingen.
Voor zover Richard het conflict wel bespreekt wordt het pijnlijk duidelijk dat hij het van veraf mee heeft moeten krijgen, zo stelt hij dat kameraad Elise en LinkerFlank “oorverdovend stil” waren betreft de pogingen om ons programma om te vormen naar een actieprogramma en open te stellen voor regeringsdeelname. Toen er echter een concreet voorstel werd gedaan om het programma formeel te verbreden en ook “eisen die de strategische positie van de werkende klasse zodanig versterken dat zij de voorwaarden scheppen die de machtsovername van de werkende klasse tot stand te doen komen” mee te nemen (een definitie die zo vaag is dat het elke semi-linkse eis zou kunnen omvatten) was het LinkerFlank die hier tegen pleitte, en Communistisch Platform die ervoor pleitte.
Dit voorstel was voor ons niet los te zien van het feit dat de programmacommissie hiermee een programma dat reformistische en actionistische frasen bevatte bedoelde. Het was dus juist LinkerFlank die zich verzette tegen de programmacommissie die haar taak had verruimd om een actieprogramma te maken. Het was een vertegenwoordiger van LinkerFlank die zijn werkzaamheden in de programmacommissie uit protest hiertegen neerlegde. En het was Communistisch Platform die in het begin van de programmadiscussie de rechtervleugel die dit in ons programma wilde zetten probeerde gerust te stellen door de politiek naar buiten toe te fudgen. Goed, als het voor kameraad Richard nog niet duidelijk genoeg was wat Elises standpunt is betreft deze onzin in het programma zal het hem verheugen dat de kameraad het volgende jaarcongres al deze rommel uit ons programma zal willen slopen, met steun van Communistisch Platform, begrijp ik uit 'Over nut en nadeel'. Dat ondanks het feit dat Communistisch Platform en kameraad Richard er destijds, tja, oorverdovend stil over waren.
Het afdwingen van het programma waar CP zo trots op was, maar waar nu klaarblijkelijk toch te veel Meijerismen in staan, is nog wel een lastigheid, geeft ook Richard toe. “Dat geeft de indruk dat de RSP zich in dit stadium nog dichter bevindt bij de losse federatie van groepen en afgesplitste afdelingen waarmee het project is begonnen dan bij een communistische massapartij.” Het is echter CP die ons jaren dood heeft gegooid met de platitude dat actie “Uit de groepen” moest komen. Elke poging om een coherent en consistent centraal beleid af te dwingen is precies door CP vermoeilijkt. Eerst door als grootste factie te pleiten tegen het innemen van duidelijke programmatische standpunten die wellicht de rechtervleugel zouden vervreemden, daarna door als grootste bestuursfactie te weigeren mee te gaan in de verhelderende publicaties van jongerenorganisatie ROOD en haar directe leiding van het kader en ook nu schieten CP'ers in de verdediging als ik in het Intern Bulletin zeg dat democratisch centralisme niet alleen betekent dat je sommige dingen niet mag doen, maar ook dat je sommige dingen wél moet doen. En dit creëert een complexe situatie voor het bestuur. Een centrale werking afdwingen wordt onmogelijk, maar het afschieten van decentrale dwaling is imperatief. Zonder positieve dwang geeft dit groepen echter regelmatig simpelweg niks meer om te doen nadat al hun ideeën afgeschoten zijn. De eenheid die Richard hier dus wil is het type eenheid waar er geen gemeenschappelijke werking is, maar het bestuur wel individuele ideeën afslaat en opblaast
Het noodzakelijke wonder
Een tekenend stukje tekst zit helemaal aan het begin van artikel, over de voor CP onverwachte groei van de RSP is Richard alsnog pessimistisch:
'We moeten de RSP ook niet zien als een eindstation, dan wel [dus óók niet] een veelbelovend beginpunt van een massapartij. Het principe blijft gelden dat we niet moeten vervallen in sektarisch denken waarin de ca. 400 contributie betalende leden die de RSP rijk is zich op wonderbaarlijke wijze vermenigvuldigen tot een miljoenenpartij. Het blijft van belang om de bestaande linkse organisaties en bewegingen actief te engageren en verschillende stromingen aan te moedigen om zich met ons te verenigen.'
Het argument is inhoudelijk dat de RSP primair een propagandagroep is, dat wil zeggen, een groep die veel ideeën naar relatief weinig mensen vertaalt. Ons doel is dus niet om op basis van eigen agitatie, weinig ideeën naar veel mensen, werkende mensen en studenten te activeren, maar om binnen het reeds geactiveerde deel van de arbeidersklasse en extreemlinks propaganda te maken voor de communistische partij, als een 'factie in de arbeidersbeweging'. Uit die arbeidersbeweging vormt dan een massapartij, en in dat proces hebben wij een redelijk marginale rol.
Eigen agitatie voeren gaat niet leiden tot het aansluiten van mensen buiten die beweging en het is daarom ook niet zinnig om agitatie op een geprofessionaliseerde en centrale wijze te voeren. Verwachten dat jongeren en arbeiders wél massaal zullen reageren op deze agitatie is 'wonderdenken'. Dit, de directe agitatie van het volk, is de taak van de communistische partij en daarvoor van de arbeidersbeweging, en dat zijn wij nu niet. Handelen alsof we die communistische partij zijn, door voornamelijk eigen agitatie te voeren, verandert ons in een sekte, omdat het ons afsnijdt van de rest van links en de sociale bewegingen. In plaats daarvan moeten we propaganda voeren voor een communistische massapartij in sociale/economische strijdbewegingen en extreemlinks. Dit is het centrale twistpunt tussen Communistisch Platform en de linker vleugel. Ten eerste gelooft de linker vleugel niet dat agitatie en engagement met de beweging en links wederzijds uitsluitend is, maar elkaar juist versterkt en ten tweede is de linker vleugel op twee belangrijke zaken optimistisch waar het communistisch platform pessimistisch is. Ik ga punt voor punt langs waarom het verhaal in deze paragrafen overdreven pessimistische onzin is.
De linker vleugel gelooft ten eerste dat er arbeiders en jongeren zijn die zoeken naar de antwoorden op hun vragen, maar die niet vinden, en ten tweede dat het kader van ROOD en de RSP de capaciteiten heeft om die antwoorden naar ze te brengen, als ze daartoe de middelen krijgen. Ik veralgemeniseer wellicht ietwat. Wat ik in de eerste plaats wil zeggen is dat ik geloof dat er arbeiders en jongeren zijn die zoeken naar antwoorden op hun vragen, maar die niet vinden, en dat het kader van ROOD en de RSP de capaciteiten kan en wil ontwikkelen om die antwoorden naar ze te brengen. Ik ben dus optimistisch over de subjectieve/potentiële staat van de arbeidersklasse en optimistisch over de subjectieve/potentiële staat van ons kader. Het doel van de RSP wordt bij dit optimisme dus om van deze subjectieve situatie een objectieve, werkelijk georganiseerde, situatie te maken.
Ik geloof dat het obstakel voor de groei van extreemlinks op dit moment niet is dat er geen mensen zijn met interesse om zich voor onze politiek in te zetten, maar in ons falen om die mensen te bereiken. Het injecteren van een simpele politieke, communistische, visie is onze primaire taak. Om dit effectief te doen moeten we ons omvormen van een decentrale propagandagroep naar een geprofessionaliseerde partij, en dit doen we door middel van campagnes en contact tussen centrale aanspreekpunten en het losse kader. Het kader wil hier op reageren. Dit is een omdraaiing van de CP-formule waarbij activiteit “vanuit de groepen” moet komen, omdat het anders gedoemd is. Lokale kaders en groepen zitten te popelen om concrete handvaten voor agitatie te ontvangen. Ik vraag het aan de niet-CP-gelieerde lezer: welke communist wil jij zijn? Wil jij het wapen van ons programma en de campagne in je hand toewenden tot de organisatie van arbeiders en jongeren? Wil jij al drie jaar voor de rest van de vakbond vertellen welke kant het schema opgaat? Of wil je nog een losgekoppelde actie en een onvoorbereide “interventie” in de vak en jeugdbeweging? Wil je de slogan van zombie-organisatie FNV Young & United volgzaam nakramen als frontsoldaat voor het burgerlijk pacifisme?
En hoe professioneler en agitatorischer onze houding, hoe dichter wij juist bij de georganiseerde massa die we willen bereiken we zullen staan. We zien dat wanneer we communistische slogans injecteren in datgeen dat de emoties laat oplopen bij de jeugd en de klasse dat bijvoorbeeld kliks op Paraat het hoogst zijn.
Dan over het argument dat een focus op de rest van extreemlinks ons minder en een focus op eigen agitatie ons meer een sekte maakt. Dit is onzin die zich volledig baseert op de lezing dat omdat Trotskistische en Marxistisch-Leninistische groepen wél agitatie maken en níét kritiek maken op de rest van extreemlinks, en omdat zij sekten zijn die zich profileren als “de enige communistische partij”, dat dat betekent dat als je agitatie gaat maken dat de rest daar dan bij komt rollen. Samenhang is echter geen oorzaak. Er is weinig reden om dit te geloven. Het gaat hier om twee totaal andere ideeën die niet bij elkaar inbegrepen zijn. Het voeren van agitatie impliceert geenszins het geloof dat je de enige communistische groep in Nederland bent of dat er geen noodzaak meer bestaat voor een massapartij. Kijken we bijvoorbeeld naar de historische samensmelting van de arbeidersbeweging in de marxistische sociaaldemocratie dan gebeurde dit juist naar het voorbeeld van succesvolle agitatie door de sociaaldemocratische partijen. De rest van extreemlinks werd niet overtuigd doordat de sociaaldemocraten het effectiefst met zijn tienen en propagandistische Weekly uit kon brengen, maar doordat zij en haar sociale verenigingen de meest realistische bedreiging vormden voor de kapitalistische staat. Kijken we naar de CP en CPGB-interpretatie van Partyism lijkt een tien-mens Weekly echter empirisch wel het resultaat te zijn.
De linker vleugel wil geen koning van de stronthoop zijn, dat wil zeggen leiding geven of meedoen aan een marginale maar verenigde extreemlinkse groep. Dit is het fenomeen waar geheel extreemlinks zich in bevindt. In dezelfde poel socialisten proberen zij iedereen eruit te vissen met hun unieke “spin” op het socialisme. Liever ben ik lid van de op één na grootste communistische groep, als die groep groter is dan het “eenheidsfront”. Arbeiders zoeken naar wat werkt en laat men zien grip te hebben op theorie en strijd, dan zullen ze zich daarbij aansluiten.
Als laatste zouden we stellen dat er twee mogelijkheden zijn waartoe iemand zich bewogen voelt om zich te organiseren in de arbeidersbeweging, enerzijds doordat de juiste ideeën via de klassenstrijd spontaan tot hem zijn gekomen, anderzijds omdat ze in aanraking is gekomen met iemands agitatie. We zien niet in hoe het zo veel wonderlijker zou zijn om te denken dat agitatie die van ons komt hierin fundamenteel anders werkt, dan van de agitatie van de SP of FNV. De enige reden om dus te denken dat onze eigen agitatie hierin niet de focus moet nemen, is als men denkt dat die agitatie ons van de bredere arbeidersbeweging vervreemd. Zoals reeds gezegd geloven wij dat het er ons alleen maar dichterbij kan brengen.
Hierin zijn de oud-leden van de LinkerFlank nog altijd verenigd, ook na het opbreken van de factie. Dat we de factie hebben opgedoekt omdat we afgedreven zijn van haar politiek, zoals Richard poneert, is dus grote kul, en een inschatting die nogal gedurfd is om helemaal vanuit Zweden zonder enige toegang tot interne documenten van LinkerFlank te verzinnen. Tegen het einde van het leven van de LinkerFlank waren we ons meer dan bewust dat onze politieke overeenkomst niet de oppervlakkige punten waar we op samengekomen waren was, maar de achterliggende houding die daarbij hoort: dat de RSP en ROOD zich reeds als een politieke partij moesten opstellen. We noemden LinkerFlank liefkozend de iets-doenfactie, en de creatieve naam die we dan dus voor CP hadden kan de lezer zelf bedenken (het begint met een 'n' en rijmt op onze bijnaam voor de LinkerFlank).
Ook de stelling dat men van de LinkerFlankers niks meer hoort over onze kernpunten is simpelweg onjuist, in het ex-LF-gedomineerde ROOD-bestuur kan in de jaarplannen nog altijd de aspiratie om direct te beginnen aan Socialistische Studentenverenigingen gevonden worden, SSV Het Spook draait nog altijd en LF-sympathisanten draaien socialistische knutselmiddagen en kunstavonden. Richard zal vast ook schrikken als het ROOD-programma vernieuwd wordt en het geenszins op het CP-programma lijkt. Elk enthousiasme voor het RSP-programma wordt door oud-LF'ers nog steeds de kop ingedrukt. Als Richard denkt dat we sociaal gestoord genoeg zijn om een discussie over de vorm van het programma jaren door te laten slepen verward hij ons wellicht met andere facties. Ik twijfel er echter geen seconde aan dat mocht die discussie ooit weer oplaaien we vertrouwde gezichten zullen zien hongeren om het Kargadoorgedrocht tot moes te hakken.
De ongebonden sociale verenigingen waren, in hindsight, niet veel meer dan een manier om een overgetheoretiseerde tactiek voor direct contact tussen communist en massa te leveren aan de leden die zij, onder Communistisch-Platformbewind, daadwerkelijk mocht uitvoeren. Dit is ironisch genoeg de omgekeerde situatie als die beschreven wordt in Wat te doen? van Lenin. Als men aan Communistisch Platform vraagt wat de inhoud van dit boekje is zullen ze het samenvatten als “Lenin zegt dat je een krant moet beginnen”. Het is alsof de kameraden alleen over het werkje, en niet het werkje zelf hebben gelezen. Lenin vertelt in dit werkje over het sociale leven van de SPD, vol met formeel ongebonden sociale verenigingen. Hij ziet dit model als een ideaal, hij streeft naar ditzelfde sociaal-cultureel leven rondom de partij, zoals LinkerFlank. Helaas is dat in tsaristisch Rusland niet mogelijk, en als alternatief voor de functies die deze verenigingen voor de SPD dienen vindt hij het krantje. Vandaag de dag is de tactiek van de sociaal-culturele frontorganisatie om veel redenen ook niet meer zo algemeen toepasbaar als in de tijd van de SPD, maar haar concrete vervanger is voor ons nu de campagne. In de scenario's waar zij wel toepasbaar is, moeten we haar toepassen.
De linkerflank is dood! Lang leve HET PLAN!
Waar ik het met Communistisch Platform eens ben is dat het opdoeken van LinkerFlank een fout was. Het was noodzakelijk voor de LinkerFlank om de linker vleugel formeel te verenigen en hierin falen heeft ons streven naar een professionele agitatorische partij onder druk gezet. Afnemende invloed van de LinkerFlank is duidelijk te zien in stemmingen, zoals dat CP simpelweg met de eerder genoemde leugens de discussie over de partijraad kon winnen.
CP stelt het afgelopen congres gewonnen te hebben, en ik deel deze inschatting. En wat een glorieuze overwinning was het. Verwarde congresgangers probeerden soep te maken van de flarden van (ongeagendeerde) aantijgingen. Uit een hele reeks aan redenen (verwarring niet de minste) stemde het congres om het jaarverslag niet aan te nemen, en dus níét om de gehate waarschuwing in te trekken. Toch was any day now de leuze rondom het intrekken van die sanctie. Maar tot dat punt publiceren we de meest idiote pestdrek op ons siteje. Dit is de totale chaos en tactloosheid (in beide zinnen van het woord) die CP-overwinning in onze partij kenmerkt. Dat terwijl we zien dat elke overwinning van de linker vleugel het omgekeerde effect had op onze partij. Méér handvaten voor onze kaders om mee naar de klasse te trekken, méér kwalitatieve en kwantitatieve groei van de leden en meer concreet leiderschap. Natuurlijk zijn er het afgelopen jaar fouten gemaakt. Dit is onvermijdelijk, zeker in de fase waar een centrale campagne en positieve dwang nog moeizaam gaan, en ik zal me hierover blijven uitspreken, en heb me hierover uitgesproken.
LinkerFlank opdoeken was dus een fout, en de tegenstelling die haar bestaansrecht gaf leeft nog. Wat daaraan te doen? Ik verwees er al naar in mijn IB-stuk, maar het zal niet als een verrassing komen dat ik denk dat een zekere vorm van voortzetting van de LinkerFlank nodig is. Dat neemt in de huidige situatie (wegens praktische redenen) niet de vorm van een groep met strenge factiediscipline en hoge lidmaatschapseisen, maar het lijkt me meer dan noodzakelijk om iedereen die zich achter onze punten van eenheid schaart zich verenigt en hun politiek georganiseerd verdedigd. Dat zijn: klassenonafhanelijke politiek (dat wil zeggen oppositie tot beide imperialistische blokken en elke samenwerking met de imperialistische burgerij), agitatorische insteek en professionalisering van de partij. Wij zien dit als de insteek die onze partij de afgelopen jaren heeft laten groeien in kwantiteit en kwaliteit, en die insteek moet georganiseerd verdedigd worden. Willen we mensen écht verenigen achter die aanpak kunnen we het niet laten bij het uitvoeren van bovenaf, we moeten oprecht enthousiasme creëren voor die politiek en praktijk en deze aan de leden van de RSP onderwijzen. HET PLAN is deze discussiegroep op basis van deze drie punten. Ik laat me om de noodzaak van deze discussiegroep te bepleiten helpen door Richard:
“het open debat binnen de RSP [is] zelf ook nog erg broos. De RSP slaagt er niet in om de debatten in de partij inzichtelijk te maken. Er verschijnen geen verslagen van het congres op de website, en in het partijblad Paraat worden vrijwel geen polemieken gepubliceerd. Bijna alle discussies voltrekken zich via het intern bulletin, in de wandelgangen of op het congres zelf. Het is goed mogelijk dat deze tekortkoming slechts een groeipijn is, maar toont desalniettemin aan dat de organisatie nog slechts in de kinderschoenen staat. Het is dus geen luxe probleem om over de benodigde openheid te waken, deze te bestendigen en aan te moedigen.”
Daaraan wil ik toevoegen dat het deze gesloten houding ten opzichte van discussie is, die de discussie doet overslaan tot interpersoonlijk conflict. Politieke geschillen kunnen zonder uitgebreide discussie die alle kaders betrekt geen andere uitwerking vinden dan het uitsluiten of lastigvallen van leden met een andere visie. Het is juist het zo open mogelijk trekken van scheidslijnen dat de politieke inhoud naar de voorgrond dwingt. In die zin moeten we terug naar de “goeie ouwe tijd”, toen de linker vleugel nog won op het feit dat we aan de hele partij liet zien de effectiefste leiders, met de effectiefste ideeën zijn.
Post Scriptum
De publicatie van dit stuk werd enigszins vertraagd doordat de auteur halverwege het schrijven zijn beide armen brak. In de tussentijd was er een politieke reden om de publicatie even uit te stellen ontstaan. Vandaar dat het zo veel later komt dan het artikel waar het op reageert.
